Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Annotatie Rv Gezond GeregelD, eindrapport Agenda 2020 RDOG HM – Raad 20.12.16

JoopVoorzitter,

Het gaat vandaag over de publieke gezondheidszorg die onze gemeente heeft ondergebracht bij de Regionale Dienst Openbare Gezondheid Hollands Midden, korter gezegd de GGD. Samen met 19 andere gemeenten maken we in een zgn. gemeenschappelijke regeling gebruik van allerlei diensten op het gebied van de jeugdgezondheidszorg. Er was behoefte om de aansturing van de RDOG te verbeteren en nu, na 2,5 jaar, ligt er dan het Eindrapport, met de titel “Gezond GeregeldD”, ondertitel: Agenda 2020. Dat gaat over wat heet: “de nieuwe samenwerking tussen gemeenten Hollands Midden en de GGD”.

Het rapport valt in twee delen uiteen. Ten eerste: wat wil de RDOG bereiken op het gebied van de jeugdgezondheidszorg en het bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling? Dus: welke maatschappelijke effecten willen we bereiken en welke indicatoren gebruiken we om die effecten te meten? En in de tweede plaats gaat het rapport over de aansturing van de RDOG door al die 19 gemeenten, en over de financieringssytematiek: hoe rekenen we af over de verleende diensten?

Om met het eerste punt te beginnen. De maatschappelijke effecten van allerlei activiteiten op het gebied van de jeugdgezondheidszorg en het bestrijden van huiselijk geweld en kindermishandeling zijn in het rapport keurig op een rij gezet. In één zin samengevat: “Kinderen groeien gezond op en huiselijk geweld en kindermishandeling komen niet voor”. D66 kan instemmen met de benoemde maatschappelijke effecten en indicatoren.

Het ontgaat onze fractie echter, voorzitter, waarom in alle 19 deelnemende gemeenten aan de Raden wordt voorgelegd in te stemmen met bij elkaar opgeteld maar liefst 48 maatschappelijke effecten en 18 bijbehorende indicatoren. De maatschappelijke effecten en al die indicatoren zijn veel meer een zaak van professionals, een zaak ook die landelijk speelt en die overal in het land op vergelijkbare wijze zijn of wordt uitgewerkt. Wij zien er de zin niet van om deze lokaal door iedere gemeenteraad vast te laten stellen. Maar misschien kan het College ons daar wel van overtuigen? Als dat niet lukt, is onze oproep: Laten we als gemeenteraden in het vervolg de uitwerking van de hoe-vraag gewoon aan de Regionale gezondheidsdienst zelf overlaten!

Het tweede issue, de aansturing en de diverse financieringsvormen, wordt ons juist slechts ter informatie aangeboden, volgens voorgesteld beslispunt 3 gaan we immers besluiten er kennis van te nemen. Terwijl dit nu juist wel specifiek over iets regionaals gaat dat duidelijk verbetering behoefde en dat nu verandert. Kan het college ons toelichten waarom deze nieuwe governance-structuur niet ter vaststelling aan de Raad wordt voorgelegd?

Overigens vinden we wel dat het nu gemaakte onderscheid in de verschillende rollen van de gemeente ten opzichte van de GGD, namelijk die van opdrachtgever, eigenaar en klant, verhelderend kan werken. De voorgenomen wijze waarop de nieuwe governance-structuur in aansturing en financieringsvormen, daar rekening mee houdt, lijkt ons wel OK. We krijgen dus een Portefeuilehoudersoverleg Publieke Gezondheid voor heel Hollands Midden. Dat gaat de rol van opdrachtgever spelen en ook coördineren met diverse andere zogenoemde gespreks- en overlegtafels. Misschien kan het college ons vanavond duidelijk maken welke betrokkenheid ons College nu heeft en straks zal krijgen in deze nieuwe governance-structuur?

 

Joop Huson, 20.1.2016

 

Gepubliceerd op 20-12-2016 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018